Leer hoe je een use-case-eerst website bouwt die je product helder uitlegt: kies use cases, structureer pagina’s, schrijf copy en valideer met testen.

Een use-case-eerst website legt je product uit door te beginnen met de taak die de koper gedaan wil krijgen—en laat vervolgens zien hoe jouw product helpt om dat resultaat te behalen. In plaats van te beginnen met features (“AI-samenvattingen”, “SSO”, “10 integraties”), begin je met het echte resultaat in de praktijk (“Sluit de boeken in 3 dagen”, “Verminder supporttickets”, “Start campagnes sneller met minder fouten”).
Zie een use case als een specifieke situatie met een helder doel:
De productdetails blijven belangrijk—maar ze horen te verschijnen als bewijs dat je het resultaat kunt leveren, niet als de openingspitch.
De meeste bezoekers komen met een vraag als: “Helpt dit mij met mijn probleem?” Ze scannen op signalen van relevantie:
Functieoverzichten beantwoorden die vragen zelden snel. Use cases wel, omdat ze aansluiten bij hoe kopers denken en hoe teams tools evalueren.
Als je site georganiseerd is rond uitkomsten, zie je meestal:
Use-case-eerst messaging is vooral effectief voor:
Een use-case-eerst website begint met de definitie van “een goed resultaat” volgens de koper, niet met jouw productcategorie. Voordat je een kop schrijft, wees duidelijk over wat verschillende kopers proberen te bereiken en hoe ze beoordelen of je een gesprek waard bent.
Denk in termen van jobs-to-be-done:
Elk segment kan op dezelfde pagina landen, maar ze scannen op verschillende signalen van waarde.
Richt je op de 3–5 pijnpunten die in echte gesprekken terugkomen:
Gebruik de taal die kopers gebruiken (“achtervolgen van goedkeuringen”, “copy-pasten”, “kan wijzigingen niet traceren”), niet interne feature-termen.
Kopers vergelijken oplossingen met een klein aantal maatstaven. Veelvoorkomende zijn:
Noem de gebruikelijke “bijna-oplossingen” (spreadsheets, aangepaste scripts, een extra tool toevoegen, meer personeel aannemen). Zeg dan eerlijk waarom ze faalden: het schaalde niet, het had constant onderhoud nodig, het integreerde niet, of het leverde geen betrouwbare uitkomsten.
Dat zet je messaging op zo’n manier neer dat je antwoordt op: “Wat is anders aan jullie aanpak?”
Je website kan niet alles tegelijk uitleggen. Een use-case-eerst aanpak werkt wanneer je een kleine set “jobs to be done” kiest waar echte kopers al om geven—en het verhaal rond die taken bouwt.
Begin met bewijs, geen brainstorm. Haal zinnen en scenario’s uit:
Streef naar 10–20 kandidaat-use-cases. Schrijf elke use case als een concrete situatie, niet als een categorie. “Automatiseer rapportage voor maandafsluiting” is duidelijker dan “analytics.”
Score elke kandidaat langs drie eenvoudige lenzen:
Kies 3–5 kern-use-cases om prominent te tonen. Meer dan dat verwatert de aandacht en maakt navigatie lastiger.
Als een use case op elk team in elke industrie van toepassing kan zijn, is hij waarschijnlijk te breed om te converteren. Maak het specifiek door een qualifier toe te voegen: de rol (finance ops), de trigger (maandafsluiting), de beperking (geen engineering hulp), of de omgeving (multi-entity rapportage).
Elke gekozen use case heeft een expliciet “winst”-doel. Geef de voorkeur aan cijfers, ook al zijn het reeksen:
Deze uitkomsten worden later je paginakoppen, bewijspunten en CTA’s—dus kies use cases die je daadwerkelijk met productcapaciteit en bewijzen kunt ondersteunen.
Een use-case-eerst website is het makkelijkst te begrijpen wanneer de navigatie weerspiegelt hoe kopers denken: “Ik moet X bereiken” in plaats van “Ik heb feature Y nodig.” Begin met het schetsen van een eenvoudige sitemap die duidelijk maakt waar iemand heen moet afhankelijk van zijn doel.
Houd je top-level pagina’s beperkt en resultaatgericht:
Deze structuur laat bezoekers zichzelf selecteren: eerst het probleem (use case), dan de uitleg (how it works), en dan de beslissing (pricing + proof).
Vaak wel. Maak een aparte pagina wanneer:
Als de verschillen klein zijn, houd ze als secties op één sterke use-casepagina en link vanaf /use-cases.
Gebruik de termen die klanten in demo’s en e-mails gebruiken. “Use Cases” is meestal duidelijker dan “Solutions.” “Customers” scoort vaak beter dan “Why Us.” Vermijd interne jargon.
Terwijl je schrijft, voeg doelbewuste interne paden toe: link use-casepagina’s naar /how-it-works voor het verhaal, naar /pricing voor de beslissing, en naar /customers voor bewijs.
De above-the-fold van je homepage heeft één taak: vertel de juiste koper welk resultaat ze krijgen voor een specifieke use case, en maak de volgende stap overduidelijk.
Schrijf een kop die het resultaat noemt, niet de productcategorie. Wees specifiek genoeg dat de ideale koper denkt: “Dat is mijn situatie.”
Voorbeeldformules:
Voorbeeldkop:
“Halveer onboarding-tijd voor customer success teams met 50+ accounts.”
Deze bullets beschrijven wat er anders is na adoptie—gebruik concrete signalen die geloofwaardig voelen.
Tip: als je cijfers hebt, gebruik ze. Zo niet, gebruik duidelijk voor/na-taal (“van X naar Y”).
Kies één hoofdactie die bij hoge intentie past. Bied dan een minder commitment-pad voor verkennende bezoekers.
Houd beide CTA’s zichtbaar bij de kop; begraaf de volgende stap niet onder lange paragrafen.
Volgorde doet ertoe. Een eenvoudige structuur converteert meestal beter dan een drukke:
Kop → resultaat-bullets → primaire CTA → secundaire CTA → ondersteunende secties (logo’s, korte uitleg, bewijs)
Als iemand alleen de kop, bullets en CTA leest, moeten ze nog steeds begrijpen voor wie het is, wat het doet en wat ze moeten doen.
Een goed presterende use-casepagina leest als een helder voor-en-na verhaal. Houd de structuur herhaalbaar zodat elke pagina vertrouwd, gemakkelijk scanbaar en gemakkelijk te handelen is.
Begin met een eenvoudige flow: probleem → impact → oplossing → hoe het werkt → bewijs → CTA.
Open met een kop die het resultaat benoemt (“Sluit maandafsluiting in 2 dagen, niet 2 weken”) en een korte paragraaf die de situatie van de koper spiegelt. Kwantificeer of illustreer vervolgens de impact (tijd, kosten, risico, stress) in eenvoudige taal.
Volg met je oplossing: één bondige uitleg van hoe je product de workflow verandert—geen featuredump.
Gebruik een klein “How it works” blok met 3–5 stappen die kopers kunnen visualiseren:
Houd elke stap tot één zin. Als een term jargon bevat, voeg dan een korte toelichting tussen haakjes toe (“goedkeuring (een snelle tekenstap)”).
Neem een korte sectie op om ongekwalificeerde leads te verminderen en vertrouwen op te bouwen. Voorbeeld: “Voor finance teams met 5–50 entiteiten” en “Niet voor teams die alleen on-premise werken.”
Voeg een zijblok (of middenblokkade) toe met de titel “Relevante features” met 4–6 links naar diepere pagina’s (bijv. /product/automations, /product/integrations). Dit ondersteunt evaluators en houdt het hoofdverhaal uitkomstgericht.
Sluit af met bewijs (een metric, een quote, een logo) en één primaire CTA die bij de intentie past (bijv. “Zie een demo voor deze use case”).
Mensen bezoeken je site niet om je hele product te leren. Ze willen weten: “Helpt dit mij mijn uitkomst te behalen, en hoe voelt het om te gebruiken?” Een simpel workflowverhaal beantwoordt dat snel.
Kader het product als een duidelijk voor/na-traject gekoppeld aan een specifieke use case.
Inputs: wat de gebruiker levert of koppelt (datasources, bestanden, tools, rollen). Wees concreet: “Verbind je Shopify-winkel en kies het datumbereik.”
Proces: de paar kernstappen die je product uitvoert. Houd het kort—3–5 stappen—zodat het scanbaar blijft. Vermijd intern jargon.
Outputs: wat de gebruiker krijgt (rapport, notificatie, geautomatiseerde taak, goedgekeurd document, verzonden campagne) en hoe dat past bij het beloofde resultaat.
Gebruik visuals als “bewijs van duidelijkheid”, niet als decoratie. Voeg toe:
Elke visual moet beantwoorden: “Wat gebeurt daarna?” voor die use case.
Verminder onzekerheid door te noemen:
Beantwoord veelvoorkomende zorgen direct in de workflow:
Integratie-inspanning (“1-klik integraties, of gebruik Zapier”), leercurve (“geïllustreerde setup en templates”), en switch-kosten (“importeer bestaande data, behoud je huidige tools tijdens de trial”).
Als je een uitgebreider overzicht hebt, link erna als vervolg: /how-it-works of /integrations.
Mensen kopen geen “features.” Ze kopen het resultaat dat een feature mogelijk maakt binnen een specifieke use case. Jouw taak is de uitleg accuraat te houden en meteen duidelijk te maken waarom het relevant is.
Een eenvoudige patroon houdt je copy gefocust:
Feature (wat het doet) → Zodat je… (wat de koper krijgt) → Voorbeeld (hoe het er in het echt uitziet)
Bijvoorbeeld:
Dit voorkomt vage beloften en spreekt toch de taal van de koper.
Als een term een woordenlijst nodig heeft, helpt het de lezer niet bij beslissen. Vervang intern productjargon door herkenbare, dagelijkse momenten:
Als je een technische term moet gebruiken (omdat kopers die verwachten), voeg dan direct een korte, simpele vertaling toe.
Sommige bezoekers scannen. Geef ze een compacte lijst, maar laat het de uitkomstgerichte uitleg niet vervangen.
Wat je krijgt (snel overzicht):
Ga daarna terug naar voordelen: kies één of twee features en laat zien hoe ze direct de succescriteria van de use case ondersteunen. Het doel is helderheid: lezers moeten je waarde in één zin kunnen herhalen zonder te klinken als een productbrochure.
Je use-casepagina’s mogen niet alleen op overtuiging leunen. Bewijs maakt van “klinkt goed” een geloofwaardige claim, en werkt het beste wanneer het direct naast de bewering staat—en opnieuw bij de primaire CTA.
Kies bewijslast die direct het gewenste resultaat weerspiegelt.
Een simpel patroon is voor → na → hoe:
Houd het bondig: één alinea of een kleine callout is vaak genoeg.
Mix een paar—stapel niet alles in één keer:
Als je iets specifieks claimt (“viert reporting time met 50%”), plaats de metric of quote direct eronder en herhaal een verkorte versie naast de CTA.
Bezoekers moeten ook zeker weten dat je betrouwbaar en veilig bent.
Noem trust-details in-context:
Doel: verwijder de stille bezwaren precies daar waar de bezoeker op het punt staat te klikken.
Een use-case-eerst site werkt het beste als elke pagina vraagt om één duidelijke volgende stap. Als je “Book a demo”, “Start free trial” en “Contact sales” allemaal even zwaar laat wegen op dezelfde pagina, aarzelen bezoekers—and dat stopt de flow.
Kies één primaire conversie gebaseerd op wat die pagina belooft:
Je kunt secundaire links opnemen, maar maak ze visueel stiller.
De knoptekst moet de mindset van de lezer weerspiegelen. In plaats van generiek “Get started”, gebruik microcopy die het resultaat weerspiegelt:
Zo voelt de actie veilig en specifiek, niet als een val.
Verlaag de inspanning die nodig is voor de volgende stap:
Voeg in de footer een stille fallback toe (bv. “Lieber per e-mail?”) naar /contact, zodat bezoekers nooit vastlopen.
Mensen verlaten een use-casepagina niet omdat ze “het niet snappen.” Ze haperen meestal omdat ze onzeker zijn over risico: implementatietijd, of het met hun data werkt, wie toegang nodig heeft, of wat er gebeurt bij limieten. Jouw taak is die zorgen te beantwoorden precies daar waar de intentie het hoogst is.
In plaats van één algemene FAQ-pagina, voeg een korte FAQ-block toe die is afgestemd op de use case die de bezoeker leest. Houd antwoorden direct en operationeel. Veelvoorkomende thema’s:
Waar mogelijk, link elk antwoord naar een dieper resource (zodat de pagina scanbaar blijft) zoals /blog/onboarding-checklist of /blog/data-import-guide.
Als bezoekers alternatieven evalueren, geef ze een eerlijke manier om te beslissen zonder ongeverifieerde claims over concurrenten. Een simpele “Hoe te kiezen” sectie werkt vaak beter dan een head-to-head tabel:
Als je een vergelijkingspagina publiceert, maak hem specifiek en op bewijs gebaseerd, en formuleer als advies (bijv. “Kies X als…”).
Voeg quick-start assets toe die inspanning verminderen: templates, checklists en stap-voor-stap gidsen in /blog. Voeg vervolgens een duidelijke “Praat met ons” route toe voor edge-cases—wanneer iemands workflow ongebruikelijk, gereguleerd of politiek gevoelig is. Een kort formulier of boekingslink kan “weet niet zeker” veranderen in een echt gesprek.
Een use-case-eerst website is nooit “klaar.” Als het live staat, is je taak te leren waar mensen in de war raken, wat overtuigt en wat hen blokkeert om de volgende stap te zetten.
Kies een klein aantal variabelen en test ze doelbewust:
Houd de rest stabiel. Verander je vijf dingen tegelijk, dan weet je niet wat hielp.
Pageviews zijn niet genoeg. Meet:
Voer maandelijks lichte tests uit: laat 5–7 doelgebruikers de homepage (of een use-casepagina) zien en vraag: “Leg in 30 seconden uit wat dit product doet en voor wie het is.” Als ze het niet kunnen, is je messaging nog niet duidelijk genoeg.
Bekijk metrics en feedback maandelijks, en update:
Als je sneller wilt itereren zonder engineering bij elk experiment te betrekken, kunnen tools zoals Koder.ai je helpen use-casepagina’s te prototypen en via chat-gestuurde workflows te itereren—en vervolgens broncode te exporteren of te deployen wanneer een versie zich heeft bewezen. Dat maakt het makkelijker om “testen → leren → verfijnen” op het tempo van je kopers (en concurrenten) te houden.
Kleine, regelmatige verbeteringen verslaan grote redesigns—en ze stapelen op.
Een use-case-eerst website begint met de taak die de koper gedaan wil krijgen en het resultaat dat diegene wil, en gebruikt productdetails daarna als bewijs.
In plaats van te beginnen met functielijsten, begin je met uitspraken zoals “Sluit de boeken binnen 3 dagen” of “Verminder supporttickets”, en leg je pas daarna uit welke mogelijkheden dat mogelijk maken.
De meeste bezoekers vragen zich af: “Helpt dit met mijn probleem?” en scannen op relevantie: past het bij ons, verhelpt het de pijn, en is het haalbaar.
Resultaten (outcomes) beantwoorden die vragen snel; technische specificaties vragen vaak extra interpretatie en koppelen zich niet vanzelf aan de situatie van de koper.
Een use case is een specifieke situatie met een duidelijk doel:
Schrijf het als een scenario dat iemand direct herkent, niet als een brede categorie.
Segmenteer op doelen (jobs-to-be-done) in plaats van demografieën.
Bijvoorbeeld:
Zorg dat elk segment snel de use case-uitkomsten kan vinden die hen aanspreken.
Begin met bewijs, niet met giswerk. Haal herhalende thema’s en formuleringen uit:
Streef naar 10–20 kandidaat-use-cases, geschreven als concrete scenario’s (bv. “Automatiseer rapportage voor maandafsluiting”, niet “Analytics”).
Beoordeel elke kandidaat-use-case op drie punten:
Kies 3–5 kern-use-cases om prominent te tonen. Te veel verwatert de aandacht en maakt navigatie lastiger.
Vaak wel. Maak een aparte pagina wanneer persona, pijnpunten, succesmetingen of compliance-/integratiebehoeften wezenlijk verschillen.
Als de verschillen klein zijn, houd ze als secties op één sterke use-casepagina en link vanaf een hub zoals /use-cases.
Houd de topnavigatie uitkomstgericht en overzichtelijk. Een veelvoorkomende structuur:
Gebruik termen die klanten gebruiken (“Use Cases”, “Customers”) en link doelbewust tussen pagina’s (use case → /how-it-works → /pricing → /customers).
Gebruik een herhaalbare flow: probleem → impact → oplossing → hoe het werkt → bewijs → CTA.
Zorg voor:
Laat de CTA passen bij de intentie van de bezoeker en kies één primaire actie per pagina.
Praktische patronen:
Geef niet meerdere CTA’s (demo + trial + contact) evenveel gewicht op dezelfde pagina—keuze veroorzaakt aarzeling.